UNIVERSAL DECLARATION OF ANIMAL RIGHTS
IN SEVERAL LANGUAGES

September 2012
Prominent scientists sign declaration that animals have conscious awareness
just like us



UNIVERSELE VERKLARING VOOR HET WELZIJN VAN DIEREN



Inleiding

In aanmerking
nemend dat dieren levende wezens zijn met gevoel en dientengevolge aandacht en respect verdienen.

In aanmerking
nemend dat mensen deze planeet delen met andere soorten en andere levensvormen en dat alle levensvormen samenleven in een wederkerig afhankelijk ecosysteem.

In aanmerking
nemend dat, ofschoon er belangrijke sociale, economische en culturele verschillen tussen menselijke gemeenschappen bestaan, elke zich dient te ontwikkelen op een humane en duurzame wijze.

Onder erkenning dat vele staten reeds een systeem hebben van wettelijke bescherming van gedomesticeere en wilde dieren. Trachtend de werkzaamheid te verzekeren van deze systemen, en de ontwikkeling van betere en uitgebreidere voorzieningen voor het welzijn van dieren.

Verklaart de World Society for the protection of animals dat deze universele verklaring voor het welzijn van dieren dient als gemeenschappelijke standaard ten gebruik van alle volkeren en naties om met alle daartoe geschikte middelen er naar te streven deze beginselen te handhaven en door middel van vooruitstrevende maatregelen, zowel nationaal als internationaal, te verzekeren dat zij alom en met goed gevolg worden erkend en uitgevoerd.

Artikel 1: Definities
a) dier betekent ieder niet-menselijk zoogdier, vogel, reptiel, amfibie, vis of ongewervelde in staat tot gevoelens van pijn en leed.
b) in het wild levende dieren omvat elk dier dat niet door mensen is gedomesticeerd.
c) mens-afhankelijke dieren heeft betrekking op elk dier, waarvan welzijn en overleven afhankelijk is van menselijke zorg waaronder gezelschapsdieren; dieren gefokt voor het leveren van voedsel, producten, trekkracht, diensten, wetenschappelijk onderzoek of verstrooiing en wilde dieren in gevangenschap.
d) gezelschapsdieren omvat de soorten die in het verband met plaatselijke gewoonte, van oudsher door mensen zijn gehouden en voor dit doel, al dan niet systematisch zijn gefokt.
e) wreedheid houdt in het nodeloos veroorzaken van pijn of leed, hetzij weloverwogen of door verwaarlozing.
f) welzijn is de mate waarin de lichamelijke, gedragsmatige of gevoelsmatige behoeften van een dier worden bevredigd.

Artikel 2: Grondbeginselen
a) Mensen hebben uitdrukkelijke verplichtingen aangaande zorg en welzijn van dieren, die van hen afhankelijk zijn.
b) Geen dier zal nodeloos gedood worden door een mens of aan een wrede behandeling worden onderworpen.
c) Wreedheid ten opzichte van dieren dient te worden beschouwd als een ernstig misdrijf, als zodanig overal in wetgeving erkend en met voldoende straf strafbaar om de veroorzaker te weerhouden van herhaling.

Artikel 3: In het wild levende dieren
a) Waar het nodig wordt geacht wilde dieren te vangen en te doden, en om biodiversiteit veilig te stellen, dient het maximum aantal te nemen dieren aannemelijk te zijn en bepaald op grond van wetenschappelijk beheer.
b) Waar het nodig wordt geacht wilde dieren te vangen en te doden dient gebruik te worden gemaakt van gereedschap en werkwijze die geen:
c) Het vangen en doden van wilde dieren voor vertier of sport dient verboden te worden.
d) Om het nakomen van bovenstaande bepalingen te verzekeren, dienen de noodzakelijke maatregelen te worden genomen om de natuurlijke omgeving en het ecosysteem te beschermen.

Artikel 4: Mens-afhankelijke dieren
a) Dieren die onder toezicht van mensen worden gefokt, gevangen of gehouden, hebben recht op de voorzieningen van de fundamentele vijf vrijheden, zoals die in toenemende mate door dierenwelzijnsinstanties zijn aanvaard:
b) Diergeneeskundigen en andere gekwalificeerde personen dienen gemachtigd tot het op diervriendelijke wijze doden van elk dier dat zodanig is verwond, ziek of verkommerd dat voortbestaan het lijden slechts verlengt.

Artikel 5: Dieren gefokt voor voedsel, producten en trekkracht
a) Waar het nodig wordt geacht een dier te doden voor de levering van voedsel of producten, dient de toegepaste werkwijze het dier onmiddellijk bewusteloos te maken voor pijn tot de dood intreedt.
b) Het slachten van een dier dient te worden uitgevoerd door een bekwaam en geoefend persoon.
c) Dieren in afwachting van de slacht dienen gelost, behandeld, gehuisvest, gevoed en gedrenkt op een diervriendelijke manier.
d) Op alle mogelijke manieren dient het vervoeren van dieren te worden beperkt. Waar vervoer plaatsvindt dient het welzijn van de dieren in acht te worden genomen.
e) De slacht van dieren dient zo dicht mogelijk bij de verblijfplaats te geschieden.
f) Alle noodzakelijke stappen dienen te worden genomen om zeker te stellen, dat dieren die worden benut om trekkracht te leveren of andere werkzaamheden, recht hebben op een beperking in de duur en de druk van het werk. Deze beperkingen dienen te berusten op wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 6: Gezelschapsdieren
a) Eigenaren van gezelschapsdieren dienen de verantwoording te dragen voor zorg en welzijn gedurende het leven van dit dier of voorzieningen te treffen voor overdracht aan een verantwoordelijke persoon, indien zij daartoe zelf niet meer in staat zijn.
b) Gepaste maatregelen dienen genomen te worden ter bevordering en invoering van neutralisatie van gezelschapsdieren.
c) De nodige stappen dienen genomen te worden om een systeem tot registratie en identificatie van gezelschapsdieren ingevoerd te krijgen.
d) De handel in gezelschapsdieren dient aan strenge regels betreffende uitoefening en controle gebonden te zijn ter voorkoming van wreedheid en het fokken van ongewenste dieren.
e) Diergeneeskundigen en andere gekwalificeerde personen dienen gemachtigd tot het op diervriendelijke wijzen doden van gezelschapsdieren, die verlaten zijn en niet weer gehuisvest of verzorgd kunnen worden.
f) Het vernietigen van gezelschapsdieren op dieronvriendelijke en ontoelaatbare wijze, zoals vergiftiging, afschot, slaag, verdrinking en ophanging dient verboden.

Artikel 7: Dieren in sport en vertier
a) Waar dieren worden gebruikt in gewettigde sport en vertier dienen passende maatregelen genomen ter beteugeling van het blootstaan aan wreedheid.
b) Tentoonstellingen en schouwspelen met gebruikmaking van dieren welke nadelig zijn voor hun gezondheid en welzijn dienen verboden.

Artikel 8: Levende dieren in wetenschappelijk onderzoek
a) Gebruik van dieren in wetenschappelijk onderzoek en beproeving dient alleen plaats te vinden voor doeleinden van wezenlijk belang voor het welzijn van mens of dier als:
b) Wanneer gebruik van dieren noodzakelijk wordt geacht voor onderzoek of beproeving dienen de gebruikte werkwijzen zeker te stellen dat:
c) Alternatieven voor proeven op levende dieren dienen waar mogelijk begunstigd en onderzocht.
d) Het gebruik van dieren voor wetenschappelijk onderzoek en beproeving dient verboden wanneer:

The text of the UNIVERSAL DECLARATION OF ANIMAL RIGHTS has been adopted from the International League of Animal Rights and Affiliated National Leagues in the course of an International Meeting on Animal Rights which took place in London from 21st to 23rd September 1977.